Tijd is lastig
Voor een peuter is "morgen" al abstract. "Volgende week" is onbegrijpelijk. En "over veertien dagen" klinkt als "nooit". Ze leven volledig in het nu.
Toch kun je ook met peuters aftellen. Je moet het alleen anders aanpakken dan bij oudere kinderen.
Kort houden
Een kalender van veertien dagen werkt niet voor een tweejarige. Zelfs tien dagen is te lang. Hou het kort: vijf tot zeven vakjes maximum.
Voor een verjaardag of Sinterklaas begin je dus pas een week van tevoren. Dat voelt misschien kort, maar voor een peuter is het lang genoeg om de spanning te voelen.
Visueel en tastbaar
Peuters leren door te doen. Een papieren kalender met vakjes om af te strepen werkt, maar er zijn leukere opties.
Maak een ketting van papieren ringen. Elke dag knipt je kind er eentje los. De ketting wordt korter, het einde komt dichterbij. Dat is visueler dan vakjes.
Of gebruik een potje met knikkers. Elke dag mag er eentje uit. Als het potje leeg is, is het zover. Peuters snappen "leeg" en "vol" beter dan getallen.
Stickers zijn je vriend
Als je toch een papieren kalender gebruikt, laat je peuter dan stickers plakken in plaats van strepen. Grote stickers, liefst met een plaatje dat past bij de gelegenheid.
Het plakken is een activiteit op zich. Even samen aan tafel, sticker kiezen, plakken, klaar. Dat ritueel is voor een peuter bijna net zo leuk als het aftellen zelf.
Het moment kiezen
Kies een vast moment dat past in jullie ritme. Na het ontbijt, voor het middagdutje, of 's avonds voor het slapengaan.
Peuters houden van voorspelbaarheid. Als het elke dag op hetzelfde moment gebeurt, wordt het vanzelf een ritueel waar ze naar uitkijken.
Praten over de grote dag
Gebruik het aftelmoment om te praten over wat er komt. Niet te lang, niet te ingewikkeld. "Nog drie nachtjes slapen, dan is het je verjaardag! Dan krijg je taart."
Herhaling helpt. Peuters onthouden niet alles na één keer. Door elke dag even te benoemen wat er komt, bouwt het begrip langzaam op.
Wanneer beginnen?
Tweejarigen hebben genoeg aan vijf dagen. Ze snappen nog niet zoveel van tijd, maar het ritueel van afstrepen vinden ze leuk.
Driejarigen kunnen wat langer: vijf tot zeven dagen. Ze beginnen getallen te herkennen en tellen soms al mee.
Vierjarigen zitten op de grens naar kleuter. Met hen kun je al richting tien dagen gaan, zeker als ze al gewend zijn aan structuur en routines.
Het gaat om het ritueel
Bij peuters draait aftellen minder om het begrijpen van tijd en meer om het ritueel. Samen iets doen, elke dag opnieuw, tot iets leuks gebeurt.
Die herhaling geeft houvast. En als de grote dag dan aanbreekt, snapt je peuter dat dit het moment is waar jullie naartoe werkten. Dat is eigenlijk het mooiste eraan.
Tags: